ECLI:NL:RVS:2024:567
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van EU-richtlijn
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 16 augustus 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling op grond van Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 per 4 september 2023 eindigt. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State. Deze oordeelde dat de tijdelijke bescherming niet per 4 september 2023 kan eindigen, omdat de bescherming krachtens de richtlijn geboden is en derhalve moet aansluiten bij de daarin genoemde termijn. De tijdelijke bescherming eindigt derhalve van rechtswege op 4 maart 2024.
De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris. Tevens veroordeelt zij de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. De staatssecretaris dient zelf te bepalen op welke wijze hij de vreemdeling over het einde van de bescherming informeert.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot beëindiging van de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 wordt vernietigd en het hoger beroep van de vreemdeling wordt toegewezen.