ECLI:NL:RVS:2024:577
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van EU-richtlijn
Bij besluit van 25 augustus 2023 bepaalde de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid dat het recht op tijdelijke bescherming van een vreemdeling op grond van Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 per 4 september 2023 zou eindigen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 23 november 2023 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde op 12 februari 2024 dat de tijdelijke bescherming niet per 4 september 2023 beëindigd kon worden omdat deze krachtens de Richtlijn Tijdelijke Bescherming geboden is en derhalve doorloopt tot 4 maart 2024. Het eerdere besluit van de staatssecretaris is daarom vernietigd.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 25 augustus 2023. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toerekenbaar zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 wordt vernietigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.