ECLI:NL:RVS:2024:585
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van EU-richtlijn
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had bij besluiten van 23 en 29 augustus 2023 vastgesteld dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling, gebaseerd op Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382, per 4 september 2023 zou eindigen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde op 12 februari 2024 dat de tijdelijke bescherming niet per 4 september 2023 kan eindigen, maar krachtens de richtlijn doorloopt tot 4 maart 2024. De Afdeling vernietigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
De staatssecretaris werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. De Afdeling benadrukte dat het aan de staatssecretaris is om te bepalen op welke wijze de beëindiging van de tijdelijke bescherming aan de vreemdeling wordt meegedeeld.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 wordt vernietigd en de bescherming loopt door tot 4 maart 2024.