ECLI:NL:RVS:2024:589
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van EU-richtlijn
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 22 augustus 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling, gebaseerd op Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382, per 4 september 2023 eindigt. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 17 november 2023 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State. Deze oordeelde dat de tijdelijke bescherming krachtens de richtlijn geboden is en dat deze niet reeds op 4 september 2023 kan eindigen, maar van rechtswege op 4 maart 2024. De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
De staatssecretaris werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toerekenbaar zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en het besluit van 22 augustus 2023 vernietigd.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris om de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 te beëindigen is vernietigd en de proceskosten worden vergoed.