ECLI:NL:RVS:2024:592
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van Richtlijn Tijdelijke Bescherming
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 16 augustus 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling op grond van Richtlijn 2001/55/EG per 4 september 2023 eindigt. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 15 december 2023 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde op 13 februari 2024 dat de tijdelijke bescherming die de vreemdeling geniet krachtens de Richtlijn Tijdelijke Bescherming niet per 4 september 2023 kan eindigen, maar doorloopt tot 4 maart 2024. De Afdeling vernietigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
De staatssecretaris is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. De Afdeling benadrukte dat het aan de staatssecretaris is om te bepalen op welke wijze hij de vreemdeling zal informeren over het einde van de tijdelijke bescherming per 4 maart 2024.
Uitkomst: Het besluit van 16 augustus 2023 tot beëindiging van de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 wordt vernietigd en de tijdelijke bescherming loopt door tot 4 maart 2024.