ECLI:NL:RVS:2024:667
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van Richtlijn Tijdelijke Bescherming
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 5 juli 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van een vreemdeling op grond van Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 per 4 september 2023 eindigt. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 30 augustus 2023 het beroep gegrond verklaarde en het besluit vernietigde.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in haar uitspraak van 16 februari 2024 geoordeeld dat de tijdelijke bescherming van vreemdelingen die rechtmatig verblijf hadden in Oekraïne en zich voor 19 juli 2022 in Nederland hebben ingeschreven, niet per 4 september 2023 kan worden beëindigd. De bescherming eindigt van rechtswege op 4 maart 2024, conform de Richtlijn Tijdelijke Bescherming.
De Afdeling bevestigt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de bescherming van deze vreemdelingen gelijktijdig met die van andere ontheemden eindigt. Het hoger beroep van de staatssecretaris faalt en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd met verbetering van de gronden. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 875,00.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 wordt vernietigd.