ECLI:NL:RVS:2024:677
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van EU-richtlijn
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had bij besluit van 17 augustus 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling op grond van Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 per 4 september 2023 zou eindigen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 15 december 2023 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State. Deze oordeelde dat de tijdelijke bescherming krachtens de richtlijn geboden is en niet voortijdig door de staatssecretaris kan worden beëindigd. De tijdelijke bescherming eindigt derhalve van rechtswege op 4 maart 2024, conform de richtlijn. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het eerdere vonnis en het besluit van 17 augustus 2023 werden vernietigd.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 2.625,00 die de vreemdeling had gemaakt voor rechtsbijstand. De Raad van State bepaalde dat het aan de staatssecretaris is om te bepalen op welke wijze hij de vreemdeling informeert over het einde van de tijdelijke bescherming.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 wordt vernietigd en de bescherming loopt door tot 4 maart 2024.