ECLI:NL:RVS:2024:694
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling door staatssecretaris na ongegrond beroep rechtbank
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 10 januari 2024 in bewaring. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 25 januari 2024 ongegrond verklaarde en tevens het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het hogerberoepschrift bevatte geen nieuwe rechtsvragen die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming beantwoord moesten worden. Bovendien betrof het een rechtsvraag die reeds eerder door de Afdeling was beantwoord.
De Afdeling bestuursrechtspraak zag geen aanleiding om het besluit tot bewaring onrechtmatig te achten en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en de staatssecretaris werd niet verplicht proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.