ECLI:NL:RVS:2024:702
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van EU-richtlijn
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 10 oktober 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling eindigt per 4 september 2023, gebaseerd op Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382.
De vreemdeling voerde in beroep aan dat hij als echtgenoot van een Oekraïense vreemdeling die tijdelijke bescherming geniet, als gezinslid moet worden aangemerkt. De staatssecretaris stelde daartegenover dat de echtgenote met een andere man Nederland is binnengekomen en op hetzelfde adres staat ingeschreven. De Afdeling oordeelt dat de staatssecretaris dit onvoldoende heeft gemotiveerd en dat de overgelegde huwelijksakte dit standpunt weerlegt.
Daarnaast verwijst de Afdeling naar een eerdere uitspraak waarin is geoordeeld dat tijdelijke bescherming niet beëindigd kan worden voor derdelanders die rechtmatig verblijf hadden in Oekraïne en zich voor 19 juli 2022 in Nederland hebben ingeschreven. De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het besluit en de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris dat het recht op tijdelijke bescherming eindigt wordt vernietigd en het hoger beroep wordt gegrond verklaard.