ECLI:NL:RVS:2024:715
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting woning wegens handel in harddrugs in Sprundel
De burgemeester van Rucphen heeft op grond van artikel 13b van de Opiumwet besloten de woning van appellante in Sprundel voor drie maanden te sluiten vanwege de vondst van grote hoeveelheden harddrugs tijdens een politie-inval. De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft dit besluit bevestigd, waarbij werd geoordeeld dat de woning een schakel was in de drugshandel en dat sluiting noodzakelijk was ter bescherming van het woon- en leefklimaat en het herstel van de openbare orde.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat de sluiting niet noodzakelijk was, dat er geen sprake was van feitelijke drugshandel, en dat de maatregel onevenredig was vanwege haar persoonlijke omstandigheden en de coronapandemie. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de burgemeester terecht niet volstond met een waarschuwing, gelet op de omvang van de aangetroffen handelshoeveelheden en meldingen over mogelijke drugshandel.
Verder werd overwogen dat de sluiting een legitieme inmenging is in de woning en niet in strijd is met artikel 8 EVRM Pro. De persoonlijke omstandigheden van appellante en de coronamaatregelen rechtvaardigen geen andere uitkomst. Ook de vrijspraak in de strafrechtelijke procedure staat los van de bestuursrechtelijke sluiting. De Afdeling bevestigt het bestreden vonnis en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de sluiting van de woning voor drie maanden en wijst het hoger beroep af.