ECLI:NL:RVS:2024:749
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging tijdelijke bescherming op grond van Richtlijn Tijdelijke Bescherming
Bij besluit van 12 juli 2023 bepaalde de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling op grond van Richtlijn 2001/55/EG per 4 september 2023 zou eindigen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank, die het besluit vernietigde. De staatssecretaris stelde daarop hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat de tijdelijke bescherming van derdelanders die rechtmatig verblijf hadden in Oekraïne en zich voor 19 juli 2022 in Nederland hadden ingeschreven, niet per 4 september 2023 kon eindigen, maar krachtens de Richtlijn Tijdelijke Bescherming van rechtswege eindigt op 4 maart 2024. De rechtbank had ten onrechte overwogen dat de bescherming gelijktijdig met die van andere ontheemden eindigt, omdat deze groep niet onder het Verlengingsbesluit valt.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris ongegrond en bevestigde het vonnis van de rechtbank met verbeterde motivering. Tevens veroordeelde zij de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.