ECLI:NL:RVS:2024:775
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- A. Kuijer
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling en tijdigheid overbrenging naar detentiecentrum
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 5 december 2023 in bewaring na zijn aankomst op het politiebureau te Assen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De kern van het geschil betrof de vraag wanneer de termijn van 24 uur voor overbrenging naar een speciale inrichting begint te lopen. De vreemdeling stelde dat deze termijn begon bij aankomst op het politiebureau, waardoor de overbrenging te lang zou hebben geduurd. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat de termijn start op het moment van de inbewaringstelling, niet bij aankomst, en dat de tijd op het politiebureau voorafgaand aan de inbewaringstelling niet meetelt.
Daarnaast werd geoordeeld dat de tijd tussen het bewaringsgehoor en het opleggen van de bewaring niet onredelijk lang was en dat de vreemdeling geen aantoonbaar nadeel had ondervonden. De Afdeling vond geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten en verklaarde het hoger beroep ongegrond, waarmee de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is ongegrond verklaard en de bewaring is rechtmatig bevestigd.