ECLI:NL:RVS:2024:797
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening voor behoud exploitatievergunning passagiersvaart
Verzoeker, handelend onder de naam Bootverhuur Amsterdam, had een exploitatievergunning voor zijn vaartuig 'YB II' die zou verlopen per 1 maart 2024. Hij verzocht om een voorlopige voorziening om de vergunning te behouden totdat in de hoofdzaak een definitieve uitspraak is gedaan. De voorzieningenrechter stelde vast dat het verlies van de vergunning per 1 maart 2024 zou leiden tot een financiële noodsituatie en bedreiging van de continuïteit van de bedrijfsvoering van verzoeker.
De voorzieningenrechter beoordeelde dat er sprake was van onverwijlde spoed en dat de belangenafweging uitwees dat het belang van verzoeker bij toewijzing groter was dan het belang van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam bij afwijzing. Daarbij werd geen voorlopig rechtmatigheidsoordeel gegeven over het volumebeleid van het college, omdat dit in de bodemprocedure aan de orde komt.
De voorzieningenrechter bepaalde dat de vergunning tot 1 maart 2024 wordt geacht te zijn verlengd totdat de hoofdzaak is beslist. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Deze uitspraak zorgt ervoor dat verzoeker zijn passagiersvaart kan voortzetten gedurende de procedure.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen waardoor de exploitatievergunning wordt verlengd tot de uitspraak in de hoofdzaak.