In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Holland op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker, die een VOG voor een chauffeurskaart heeft aangevraagd. De aanvraag is afgewezen door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, omdat verzoeker in de afgelopen vijf jaar in aanraking is gekomen met justitie. De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen sprake is van een spoedeisend belang, omdat verzoeker niet heeft aangetoond dat hij in een acute financiële noodsituatie verkeert. De voorzieningenrechter wijst erop dat het niet hebben van een chauffeurskaart niet automatisch betekent dat verzoeker geen andere inkomsten kan genereren. Verzoeker heeft zijn taxionderneming pas kort geleden gestart en moet kunnen onderbouwen dat zijn onderneming in gevaar is. De voorzieningenrechter concludeert dat het verzoek om voorlopige voorziening moet worden afgewezen, omdat er geen spoedeisend belang is aangetoond. De uitspraak is gedaan op 30 september 2025.