ECLI:NL:RVS:2024:972
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep vreemdeling
De vreemdeling had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag inzake een verblijfsvergunning. Vervolgens trok hij het hoger beroep in en verzocht de Afdeling bestuursrechtspraak om de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid te veroordelen tot vergoeding van proceskosten op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht.
De staatssecretaris had op 16 juni 2023 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingewilligd. De Afdeling overwoog dat de beslistermijn rechtmatig met negen maanden was verlengd en dat binnen vijftien maanden na indiening van de aanvraag een besluit was genomen.
Gezien deze omstandigheden zag de Afdeling geen aanleiding om de staatssecretaris in de proceskosten te veroordelen. Het verzoek van de vreemdeling werd daarom afgewezen en de staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek van de vreemdeling om proceskostenveroordeling van de staatssecretaris wordt afgewezen.