ECLI:NL:RVS:2025:1010
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen handhavingsverzoek
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Den Haag om handhavend op te treden tegen de aanwezigheid van een bouwhek, bouwlift en afvalcontainer in het Willem Dreespark. Het college reageerde bij brief van 25 mei 2021 op dit verzoek. Appellant stelde dat deze brief geen besluit was en diende daarom een beroep in tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat de brief van 25 mei 2021 wel als besluit werd beschouwd, ondanks het ontbreken van een rechtsmiddelenclausule. Appellant stelde in hoger beroep dezelfde gronden aan, maar voerde geen nieuwe argumenten aan die de eerdere motivering konden weerleggen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het besluitkarakter van de brief duidelijk is, ook al wordt het perceel niet expliciet genoemd. De verwijzing naar het handhavingsverzoek en de locatie in het besluit maken dit voldoende duidelijk. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep bevestigd.