ECLI:NL:RVS:2025:1032
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- B.P. Vermeulen
- M.C. Stoové
- Rechtspraak.nl
Boete voor off-label voorschrijven hydroxychloroquine en ivermectine door arts bevestigd met matiging
De zaak betreft een arts die tussen 30 juli 2021 en 6 december 2021 de geneesmiddelen hydroxychloroquine en ivermectine off-label voorschreef voor COVID-19, wat volgens artikel 68, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet alleen is toegestaan onder bepaalde voorwaarden. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd stelde vast dat de arts deze bepaling 67 keer had overtreden, waarop de minister een boete van € 6.375 oplegde.
De rechtbank oordeelde dat artikel 68 onvoldoende Pro duidelijk was en het lex certa-beginsel schond, waardoor de boete werd vernietigd. De minister ging in hoger beroep. De Raad van State oordeelde dat artikel 68 wel Pro voldoende duidelijk is en dat de arts de bepaling heeft overtreden, omdat er geen permissieve protocollen of standaarden bestonden die het off-label voorschrijven van deze middelen voor COVID-19 toestonden. Nederlandse beroepsgroepen raadden het gebruik juist af.
Hoewel de arts zich baseerde op buitenlandse protocollen, vertegenwoordigen deze niet de Nederlandse beroepsgroep en kunnen zij niet als standaard gelden. De Raad van State erkende de uitzonderlijke omstandigheden van de coronapandemie en de professionele intenties van de arts, waardoor de boete werd gematigd met 50% tot € 3.187,50. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het hoger beroep van de minister gegrond verklaard.
Uitkomst: De boete voor het off-label voorschrijven van hydroxychloroquine en ivermectine wordt bevestigd en gematigd tot € 3.187,50.