ECLI:NL:RVS:2025:1038
Raad van State
- Hoger beroep
- G.T.J.M. Jurgens
- C.C.W. Lange
- G.O. van Veldhuizen
- Rechtspraak.nl
Herroeping intrekking parkeervergunning en toekenning dwangsom wegens overschrijding beslistermijn
Het college van burgemeester en wethouders van Zeist trok op 19 december 2020 een eerder verleende parkeervergunning in voor een tweede voertuig van een inwoner van de Maurikstraat in Zeist. De rechtbank verklaarde het toepasselijke artikel 4, eerste lid, onder n, van het Uitgiftebesluit 2019 buiten toepassing en vernietigde het besluit tot intrekking. Het college stelde hoger beroep in, maar erkende het oordeel van de rechtbank over het buiten toepassing laten van dat artikel. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde het oordeel van de rechtbank en oordeelde dat het college de vergunningaanvraag opnieuw moest behandelen zonder toepassing van het genoemde artikel.
Het college besloot vervolgens op 7 maart 2023 opnieuw het bezwaar ongegrond te verklaren en de intrekking te handhaven, maar baseerde zich daarbij op het gewijzigde Uitgiftebesluit 2023. De Afdeling oordeelde dat dit in strijd was met de opdracht van de rechtbank, vernietigde het besluit en bepaalde dat het oorspronkelijke besluit tot verlening van de vergunning uit 2020 herleeft voor een periode van één jaar.
Daarnaast werd vastgesteld dat het college de beslistermijn aanzienlijk had overschreden, waardoor een dwangsom van €1.442,00 aan de belanghebbende toekomt. Ook werd een immateriële schadevergoeding toegekend van in totaal €500,00, te betalen door het college en de Staat. De Afdeling stelde de griffierechten vast en bepaalde dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit van 7 maart 2023.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de parkeervergunning wordt herroepen en het college wordt veroordeeld tot betaling van een dwangsom en schadevergoeding wegens overschrijding van de beslistermijn.