ECLI:NL:RVS:2025:1130
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring hoger beroep tegen verzetuitspraak inzake klachtbehandeling en grondverkoop
Appellanten hadden beroep ingesteld tegen besluiten van de burgemeester en het college over klachtafhandeling en de verkoop van een perceel grond. De rechtbank verklaarde zich onbevoegd wegens het ontbreken van rechtsmiddelen tegen besluiten inzake klachtbehandeling. Appellanten stelden vervolgens verzet in, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening. Een verzoek tot herziening van die uitspraak werd afgewezen.
In hoger beroep betoogden appellanten dat zij destijds niet over bepaalde stukken beschikten die via een informatieverzoek waren verkregen en dat dit het te laat indienen van het verzet verklaart. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt echter dat tegen een uitspraak op verzet geen hoger beroep openstaat volgens artikel 8:104 Awb Pro, tenzij sprake is van schending van fundamentele procesbeginselen.
De Afdeling concludeert dat geen sprake is van een zodanige schending en dat de rechtbank de stukken terecht heeft betrokken bij haar oordeel. Daarom is de Afdeling onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep en verklaart dit ongegrond.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep en wijst het beroep af.