ECLI:NL:RVS:2025:1222
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in hoger beroep asielaanvraag
De minister van Asiel en Migratie wees op 30 oktober 2024 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit op 13 maart 2025 ongegrond. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht tegelijkertijd de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 21 maart 2025 besloten dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is de minister veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van € 907,00, welke geheel toe te rekenen zijn aan de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze voorlopige voorziening is getroffen op basis van artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht, waarbij de belangen van de vreemdeling en de voortgang van het hoger beroep zijn meegewogen. De uitspraak is in het openbaar gedaan en ondertekend door voorzieningenrechter N. Verheij en griffier J.W. Prins.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de minister moet proceskosten vergoeden.