ECLI:NL:RVS:2025:1585
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen besluit ernstige bodemverontreiniging en saneringsplicht in Hilversum
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland stelde bij besluit van 6 oktober 2003 en een gewijzigd besluit van 26 januari 2023 vast dat op percelen in Hilversum sprake is van ernstige bodemverontreiniging met urgentie tot sanering vanwege grondwaterverontreiniging.
De eigenaar van de percelen, waarop een voormalige chemische wasserij was gevestigd, voerde beroep aan tegen het gewijzigde besluit, stellende dat de bodemverontreiniging geen reëel risico meer vormt, dat de verontreiniging vóór 1975 is ontstaan en dat zij niet verantwoordelijk is voor de oorzaak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college terecht heeft vastgesteld dat sprake is van een geval van ernstige verontreiniging dat spoedig gesaneerd moet worden, gebaseerd op gecertificeerd bodemonderzoek. De oorzaak van de verontreiniging en de leeftijd ervan zijn niet relevant voor het besluit. Ook is de saneringsplicht geen straf, maar een bestuursrechtelijke verplichting.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot spoedige sanering van ernstige bodemverontreiniging wordt ongegrond verklaard.