ECLI:NL:RVS:2014:4159
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. van Kreveld
- J.E.M. Polak
- Th.G. Drupsteen
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling ernstige bodemverontreiniging en saneringsplicht te Veenoord
Het college van burgemeester en wethouders van Emmen stelde bij besluit van 2 juli 2013 vast dat op de locatie Boerdijk 32-34 te Veenoord sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging met zink, waarvoor spoedige sanering noodzakelijk is. Inlin B.V., eigenaar van de bronlocatie, maakte bezwaar tegen dit besluit, dat het college bij besluit van 12 juni 2014 handhaafde. Inlin stelde beroep in bij de Raad van State.
In het geschil betoogde Inlin onder meer dat zij niet vooraf in de gelegenheid was gesteld een zienswijze in te dienen, dat de gebruikte bodemrapporten onjuist en achterhaald waren, dat zij ten onrechte was aangewezen als saneringsplichtige omdat zij niet de veroorzaker is, en dat de termijn voor sanering te kort was. De Raad oordeelde dat Inlin in bezwaar voldoende gelegenheid had gekregen haar standpunten te uiten, dat de gebruikte rapporten en de risicobeoordeling conform de geldende Circulaire bodemsanering 2009 waren, en dat de saneringsplicht op grond van de Wet bodembescherming ook geldt voor de eigenaar van het bedrijfsterrein, ongeacht of deze de veroorzaker is.
De Raad verwierp het beroep en bevestigde dat de sanering binnen vier jaar moet aanvangen. De behandeling van het bezwaar schortte de werking van het besluit niet op en belemmerde Inlin niet in de uitvoering. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van Inlin B.V. tegen het saneringsbesluit is ongegrond verklaard en de saneringsplicht blijft van kracht.