ECLI:NL:RVS:2025:1683
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag overkomst Afghanistan onder speciale voorziening
De appellant, een Afghaan die tussen 2006 en 2010 als bewaker voor de Nederlandse krijgsmacht werkte, vroeg op 29 maart 2023 om overkomst naar Nederland voor zichzelf en zijn gezin. De minister van Buitenlandse Zaken wees dit verzoek af omdat de appellant niet viel onder de speciale voorziening die alleen hulpverzoeken tot uiterlijk 11 oktober 2021 omvat. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de appellant stelde hoger beroep in.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde het standpunt van de minister dat de speciale voorziening beperkt is tot meldingen en hulpverzoeken die uiterlijk op 11 oktober 2021 zijn gedaan. De appellant bracht geen bijzondere omstandigheden aan die een uitzondering rechtvaardigen. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel werd verworpen, aangezien het beleid geen recht op overbrenging biedt maar een buitenwettelijke inspanningsverplichting betreft.
De Afdeling oordeelde dat de minister niet verplicht is om personen die na de gestelde datum een hulpverzoek indienden over te brengen, ook niet als anderen dat wel zijn. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en de appellant kreeg geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag bevestigd.