ECLI:NL:RVS:2025:170
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid verblijfsvergunning asiel aanvraag na hoger beroep
Bij besluit van 15 november 2024 verklaarde de minister van Asiel en Migratie de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 9 december 2024 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De Afdeling overwoog dat het hoger beroep geen aanleiding gaf tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, omdat het hogerberoepschrift geen relevante vragen bevatte voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming.
De Afdeling bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. De minister is niet gehouden tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd uitgesproken op 21 januari 2025 door voorzieningenrechter M. Soffers.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.