ECLI:NL:RBDHA:2025:3339
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens internationale bescherming in Bulgarije en toepassing interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser, van Syrische nationaliteit, diende op 17 augustus 2024 een asielaanvraag in Nederland in. De minister verklaarde deze aanvraag op 8 november 2024 niet-ontvankelijk omdat eiser reeds internationale bescherming geniet in Bulgarije, waar hij eerder asiel verkreeg. Eiser betoogde dat hij in Bulgarije slecht behandeld is, getraumatiseerd raakte door detentie en dat terugkeer naar Bulgarije in strijd zou zijn met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 EU Pro-Handvest.
De rechtbank stelde vast dat eiser nog steeds in Nederland wil verblijven en dus procesbelang heeft. De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel van toepassing is, waarbij ervan wordt uitgegaan dat Bulgarije zijn internationale verplichtingen nakomt. Eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat hij in Bulgarije geen toegang heeft tot basale voorzieningen of dat hij in een situatie van materiële deprivatie terechtkomt.
Daarnaast werd het beroep van eiser verworpen dat de minister medisch advies had moeten inwinnen, omdat eiser geen objectieve medische gegevens had overgelegd. Ook de stelling dat de nareisprocedure in Nederland afgewacht moest worden, werd verworpen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de gevraagde voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de aanvraag afgewezen.