ECLI:NL:RVS:2025:1719
Raad van State
- Hoger beroep
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering handhaving tuinhuis ondanks afwijking vergunning en privacybezwaar
Het college van burgemeester en wethouders van Hillegom verleende in juli 2019 een omgevingsvergunning voor het vervangen van een tuinhuis met afwijking van het bestemmingsplan. Een buurman verzocht handhaving omdat het tuinhuis niet conform vergunning was gebouwd, met aantasting van zijn privacy tot gevolg. Het college wees het verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank vernietigde het besluit, oordeelde dat de overkapping niet op de vergunde plaats was gerealiseerd, maar handhaving onevenredig was vanwege geringe impact op privacy en hoge kosten voor de vergunninghouder.
In hoger beroep betoogde appellant dat het tuinhuis niet op de vergunde locatie was gebouwd en dat handhaving wel evenredig was vanwege het zicht op de tuin. De Afdeling stelde vast dat het tuinhuis op de vergunde locatie is gebouwd, maar de overkapping aan de verkeerde zijde staat, waardoor het college bevoegd is handhavend op te treden. De Afdeling vond de belangenafweging van de rechtbank juist en bevestigde dat handhaving in deze situatie niet evenredig is.
Daarnaast werd een verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn toegewezen. De totale procedure duurde langer dan de redelijke termijn, waardoor een forfaitaire vergoeding van €500 werd toegekend, verdeeld over de ministers van Justitie en Veiligheid en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van handhaving bevestigd.