ECLI:NL:RVS:2025:172
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens niet toewijzen proceskosten bij onrechtmatig gebruik handboeien
De minister van Asiel en Migratie stelde de vreemdeling op 30 oktober 2024 in bewaring. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft nagelaten de minister te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten, ondanks het onrechtmatig gebruik van handboeien tijdens de overbrenging van de vreemdeling. De Afdeling verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin vergelijkbare situaties tot een proceskostenveroordeling leidden.
De overige grieven van de vreemdeling leiden niet tot vernietiging van het vonnis, omdat deze geen vragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten. De bewaring zelf wordt ambtshalve niet onrechtmatig bevonden.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het deel van de uitspraak waarin de proceskosten niet zijn toegewezen, bevestigt het overige en veroordeelt de minister tot vergoeding van de proceskosten van zowel het beroep als het hoger beroep, met een lichte wegingsfactor vanwege de beperkte aard van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.