ECLI:NL:RVS:2025:1728
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek overkomst voormalige bewaker Afghanistan onder speciale voorziening
De appellant, een voormalige bewaker van Afghan Security Guard voor de Nederlandse krijgsmacht, verzocht de minister van Buitenlandse Zaken om overkomst naar Nederland voor zichzelf en zijn gezin. De minister wees dit verzoek af omdat de appellant niet viel onder de speciale voorziening die alleen geldt voor hulpverzoeken gedaan uiterlijk 11 oktober 2021. De rechtbank vernietigde het besluit maar handhaafde de rechtsgevolgen, waarna appellant hoger beroep instelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de minister terecht de uiterste datum van 11 oktober 2021 hanteert als criterium voor de speciale voorziening, gelet op eerdere uitspraken en het beleidskader. De appellant bracht geen bijzondere omstandigheden aan die een uitzondering rechtvaardigen, ook niet de gevaren voor voormalige bewakers in Afghanistan. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel werd eveneens verworpen omdat geen toezeggingen of vergelijkbare situaties bestonden die de minister binden.
De Afdeling bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank dat het besluit van de minister rechtmatig is en dat de appellant geen recht heeft op overkomst onder de speciale voorziening. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister tot afwijzing van het verzoek om overkomst wordt bevestigd.