ECLI:NL:RVS:2025:1729
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag overkomst voormalige bewaker Afghaanse Security Guard
De appellant, een voormalige bewaker van de Afghan Security Guard voor de Nederlandse krijgsmacht in Uruzgan, heeft verzocht om overkomst naar Nederland voor zichzelf en zijn gezin. De minister van Buitenlandse Zaken wees dit verzoek af omdat hij niet onder de speciale voorziening viel die twee groepen vreemdelingen omvat, en de appellant niet in de daarvoor relevante database voorkwam.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond, vernietigde het besluit maar liet de rechtsgevolgen in stand. In hoger beroep betoogde appellant onder meer dat de termijn van 11 oktober 2021 voor hulpverzoeken onredelijk was, dat bijzondere omstandigheden en gevaar voor hem bestonden, dat het gelijkheidsbeginsel was geschonden en dat het vertrouwensbeginsel van toepassing was.
De Afdeling bestuursrechtspraak verwierp deze gronden. Zij oordeelde dat de termijn niet onevenredig is en dat bijzondere omstandigheden niet waren aangetoond. Het gelijkheidsbeginsel verplicht niet tot herhaling van een ambtelijke fout en het vertrouwensbeginsel was niet van toepassing omdat geen concrete toezegging was gedaan.
De Afdeling bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag tot overkomst wordt bevestigd.