ECLI:NL:RVS:2025:1730
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek overkomst Nederland voormalige bewaker Afghan Security Guard
De appellant, een voormalige bewaker van de Afghan Security Guard voor de Nederlandse krijgsmacht in Uruzgan, vroeg op 16 januari 2023 om overkomst naar Nederland voor zichzelf en zijn gezin. De minister van Buitenlandse Zaken wees dit verzoek af omdat hij niet viel onder de speciale voorziening die alleen hulp biedt aan twee specifieke groepen, waaronder niet de appellant.
De rechtbank vernietigde het besluit maar hield de rechtsgevolgen in stand. De minister stelde in hoger beroep dat de appellant niet in de relevante defensiedatabase voorkomt en dat het verzoek te laat is ingediend, na de uiterste datum van 11 oktober 2021. De Raad van State oordeelde dat deze datum niet onredelijk is en dat de minister niet verplicht is om buiten deze beleidsruimte te treden.
De appellant voerde aan dat hij gevaar loopt en dat het gelijkheidsbeginsel en vertrouwensbeginsel zijn geschonden. De Raad verwierp deze betogen omdat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een afwijking van het beleid rechtvaardigen, het gelijkheidsbeginsel niet vereist dat eerdere fouten worden herhaald, en er geen toezeggingen zijn gedaan die het vertrouwensbeginsel ondersteunen.
De Raad bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om overkomst wordt bevestigd.