ECLI:NL:RVS:2025:1823
Raad van State
- Hoger beroep
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invordering dwangsom wegens bestemmingsplanovertreding door eigenaar ondanks gebruik door huurder
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft een dwangsom van €2.500 opgelegd aan appellant vanwege het gebruik van het achtererf van zijn pand als opslag, in strijd met het bestemmingsplan. Deze overtreding werd vastgesteld op 19 juli 2021. Appellant stelde in bezwaar en beroep dat hij ten onrechte als overtreder werd aangemerkt, omdat niet hij maar zijn huurder de overtreding feitelijk had begaan.
De rechtbank wees het beroep af en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt dit oordeel. De Afdeling overweegt dat het gebruik van gronden ook het 'laten gebruiken' omvat, zodat appellant als eigenaar en beschikkingsmachthebber verantwoordelijk blijft. Tevens is appellant herhaaldelijk gewaarschuwd en aangesproken, waardoor het voor hem duidelijk was dat hij als overtreder werd beschouwd.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden. De Afdeling benadrukt dat uitzonderingen op het niet-onderwerpen van gronden tegen invorderingsbeschikkingen slechts gelden bij evident geen overtreding of geen overtreder, wat hier niet het geval is.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de invordering van de dwangsom bevestigd.