ECLI:NL:RBDHA:2024:212
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invordering dwangsom wegens strijdig gebruik pand met bestemmingsplan
Eiser, eigenaar van een pand dat verhuurd is aan een supermarktexploitant, werd geconfronteerd met een last onder dwangsom vanwege het gebruik van het achtererf als opslag voor supermarktgoederen, wat in strijd is met het bestemmingsplan dat enkel wonen toestaat. Verweerder heeft na constatering van de overtreding de dwangsom van €2.500,- ingevorderd, waartegen eiser bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde.
De rechtbank oordeelt dat het invorderingsbesluit terecht is genomen. De overtreding is voldoende vastgesteld aan de hand van constateringsrapporten en foto’s, ondanks het ontbreken van handtekeningen op de rapporten. Eiser is als eigenaar en beschikkingsmachtige over het pand verantwoordelijk gehouden, omdat hij geen maatregelen heeft genomen om de overtreding te voorkomen, ondanks waarschuwingen van de gemeente.
Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard. Wel wordt vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van het bezwaar en beroep is overschreden met circa vier maanden, waardoor eiser recht heeft op een immateriële schadevergoeding van €500,-. Tevens worden proceskosten voor de rechtsbijstand ten bedrage van €437,50 aan eiser toegekend. Het bestreden besluit blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de dwangsom van €2.500,- wordt bevestigd, met een schadevergoeding van €500,- wegens overschrijding van de redelijke termijn.