ECLI:NL:RVS:2025:1879
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- N. Verheij
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Vaststelling verbroken gezinsband bij nareisaanvraag in vreemdelingenrecht
De zaak betreft de afwijzing van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor ouders die via nareis bij hun minderjarige dochter in Nederland willen verblijven. De dochter vluchtte uit Ethiopië vanwege vrees voor haar ouders, waaronder dreiging van uithuwelijking en vrouwelijke genitale verminking. De minister wees de mvv-aanvragen af omdat de feitelijke gezinsband was verbroken.
De rechtbank had de afwijzing vernietigd en de minister opgedragen een nieuwe belangenafweging te maken. De Raad van State stelt echter dat in deze uitzonderlijke omstandigheden de gezinsband als verbroken moet worden beschouwd. De minister hoeft in nareiszaken geen belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro te maken als zij gemotiveerd stelt dat er geen familie- en gezinsleven bestaat.
De Raad van State oordeelt verder dat artikel 17 van Pro de Gezinsherenigingsrichtlijn wel van toepassing is, maar dat een individuele eindbeoordeling niet vereist is indien de minister de verbroken gezinsband deugdelijk motiveert. Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, dat van de betrokkenen ongegrond, en het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en bevestigt dat de minister terecht de nareisaanvraag afwijst wegens verbroken gezinsband.