ECLI:NL:RVS:2024:2147
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- E. Steendijk
- J.J.W.P. van Gastel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over afwijzing nareisaanvraag meerderjarige Turkse vrouw
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 9 februari 2021 de aanvraag van een Turkse vrouw, geboren in 1996, om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis af. De vrouw wilde bij haar vader verblijven, die sinds juli 2020 een verblijfsvergunning asiel had. De aanvraag werd afgewezen omdat zij niet voldeed aan het jongvolwassenenbeleid, aangezien zij in 2014 naar een andere stad was verhuisd om te studeren en daardoor niet meer met haar ouder in gezinsverband zou samenleven.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vrouw gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde. De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris in nareiszaken geen belangenafweging hoeft te maken op grond van artikel 8 EVRM Pro indien geen familie- of gezinsleven wordt vastgesteld volgens het jongvolwassenenbeleid en bijkomende afhankelijkheidselementen. Wel is artikel 17 van Pro de Gezinsherenigingsrichtlijn van toepassing, maar een individuele eindbeoordeling is niet altijd vereist.
Daarnaast stelde de Raad vast dat de staatssecretaris de vrouw niet voldoende heeft gehoord in bezwaar, ondanks een eerdere hoorzitting, omdat de situatie was veranderd doordat haar moeder en zusje inmiddels waren toegelaten. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank, veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten en bepaalde dat een nieuw besluit moet worden genomen waarbij de vrouw wordt gehoord.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de nareisaanvraag, maar bepaalt dat de staatssecretaris de vreemdeling moet horen bij het nemen van een nieuw besluit op bezwaar.