ECLI:NL:RVS:2025:2
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
De minister van Asiel en Migratie legde op 24 november 2024 een vrijheidsontnemende maatregel op aan de vreemdeling. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en beval wijziging van de tenuitvoerlegging van de maatregel, met schadevergoeding. Zowel de minister als de vreemdeling gingen in hoger beroep. De vreemdeling verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om de maatregel op te heffen.
De voorzieningenrechter overwoog dat de rechtbank de minister had opgedragen de maatregel niet langer in het Justitieel Complex Schiphol uit te voeren, omdat dit niet voldeed aan de eisen van gespecialiseerde vreemdelingenbewaring volgens de Opvangrichtlijn. De vreemdeling wilde nu dat de maatregel geheel werd opgeheven.
Echter, de voorzieningenrechter verwijst naar een eerdere uitspraak van 18 december 2024 waarin een voorlopige voorziening werd toegewezen aan de minister vanwege het grensbewakingsbelang. Gezien deze omstandigheden ziet de voorzieningenrechter geen reden om het verzoek van de vreemdeling nu wel toe te wijzen en wijst het af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek van de vreemdeling om de vrijheidsontnemende maatregel op te heffen wordt afgewezen.