ECLI:NL:RBDHA:2024:21325
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank gelast overplaatsing vreemdeling uit niet-gespecialiseerde detentievoorziening
De zaak betreft een beroep van een vreemdeling tegen een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De eiser betoogde dat de detentie in het Justitieel Complex Schiphol (JCS) onevenredig bezwarend is en dat het regime daar niet voldoet aan de eisen van een gespecialiseerde inrichting zoals bedoeld in artikel 10 van Pro de Opvangrichtlijn.
De rechtbank stelde vast dat de vrijheidsontnemende maatregel niet onrechtmatig is opgelegd, maar dat de wijze van tenuitvoerlegging in strijd is met de Opvangrichtlijn. De dagelijkse insluitingstijd van 16:30 tot 08:00 uur en het regime waarbij vreemdelingen verplicht op hun kamer eten en slechts één uur buitenlucht krijgen, benaderen een gevangenisregime. Verweerder kon de verschillen met een gevangenisregime niet concreet onderbouwen.
De rechtbank oordeelde dat het JCS daardoor niet langer kan worden aangemerkt als een gespecialiseerde inrichting. Gezien het ontbreken van een geldige uitzondering op deze verplichting, gelastte de rechtbank onmiddellijke overplaatsing van eiser naar een gespecialiseerde bewaringsaccommodatie. Tevens werd een schadeloosstelling van €750 toegekend voor het geleden nadeel en werden proceskosten aan eiser toegekend.
Uitkomst: De rechtbank gelast onmiddellijke overplaatsing van de vreemdeling naar een gespecialiseerde bewaringsaccommodatie en kent een schadeloosstelling toe.