ECLI:NL:RVS:2024:5308
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
De minister van Asiel en Migratie legde op 24 november 2024 een vrijheidsontnemende maatregel op aan een vreemdeling. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en beval de wijziging van de tenuitvoerlegging van de maatregel, met schadevergoeding. De minister stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De rechtbank oordeelde dat de vrijheidsontnemende maatregel niet in het Justitieel Complex Schiphol (JCS) mocht worden uitgevoerd vanwege wijzigingen in het vreemdelingenbewaringsregime die niet voldeden aan artikel 10, eerste lid, van de Opvangrichtlijn. De minister betoogde dat uitvoering van de uitspraak zou leiden tot capaciteitsproblemen en onomkeerbare gevolgen voor grensbewaking.
De voorzieningenrechter gaf doorslaggevend gewicht aan het grensbewakingsbelang van de minister en besloot de voorlopige voorziening toe te wijzen. Hierdoor hoeft de vrijheidsontnemende maatregel niet in een andere bewaringsaccommodatie te worden uitgevoerd totdat het hoger beroep is beslist. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De minister hoeft de vrijheidsontnemende maatregel niet in een andere bewaringsaccommodatie uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.