ECLI:NL:RVS:2025:2201
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om overkomst naar Nederland wegens niet-vallen onder speciale voorziening
Appellanten, een Afghaanse familie bestaande uit een man, zijn echtgenote en drie kinderen, verzochten de minister van Buitenlandse Zaken om hun overkomst naar Nederland te faciliteren. De man stelde dat hij tussen 2008 en 2015 als vertaler en manager voor GSE/Bluegreenworld in Uruzgan had gewerkt. De minister wees het verzoek af omdat appellanten niet vielen onder de speciale voorziening voor medewerkers van Nederlandse ngo’s of vergelijkbare organisaties, noch onder de groep personen die voor Defensie of EUPOL hadden gewerkt.
De rechtbank bevestigde deze afwijzing, oordelend dat GSE/Bluegreenworld geen Nederlandse ngo is en dat appellant sinds 2015 geen structurele werkzaamheden meer verrichtte. De rechtbank vond ook geen ruimte voor een uitgebreidere toetsing van bijzondere individuele omstandigheden en oordeelde dat de minister de hoorplicht niet had geschonden.
De Raad van State volgde de rechtbank in haar oordeel. Hoewel appellanten betoogden dat GSE/Bluegreenworld feitelijk als ngo functioneerde en dat bijzondere omstandigheden zoals gevaar door de Taliban tot een afwijking van het beleid zouden moeten leiden, oordeelde de Afdeling dat deze omstandigheden niet voldoende waren om af te wijken van het beleid. Ook werd bevestigd dat de minister de hoorplicht niet had geschonden omdat het bezwaar geen kans op een ander besluit bood.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om overkomst naar Nederland bevestigd.