ECLI:NL:RVS:2025:2311
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- H. Benek
- M.M. Kaajan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit tegemoetkoming planschade door Windpark Spui
Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland kende [wederpartij] een tegemoetkoming in planschade toe vanwege waardevermindering van zijn woning door het provinciaal inpassingsplan Windpark Spui, dat de bouw van vijf windturbines mogelijk maakt. De woning ligt circa 730 meter van de dichtstbijzijnde turbine. [wederpartij] stelde een waardevermindering van € 100.000,- en geluidshinder.
Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank die het college opdroeg opnieuw te beslissen, stelde het college een nieuwe tegemoetkoming van € 6.900,- vast, gebaseerd op een advies van Thorbecke B.V. waarin een planvergelijking werd gemaakt met een reële prognose van de geluidsbelasting. Klein Piershil B.V., initiatiefnemer van het windpark, maakte bezwaar tegen dit besluit.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat Thorbecke terecht een reële prognose maakte van de geluidsbelasting, waarbij de toename van geluidshinder werd gekwalificeerd als middelzwaar. De door Klein Piershil aangevoerde bezwaren tegen de geluidsberekeningen en het normaal maatschappelijk risico werden verworpen. Het hoger beroep van het college werd ongegrond verklaard en het beroep van Klein Piershil werd verworpen.
Het college werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van [wederpartij] ad € 1.814,-. Het griffierecht van € 548,- werd aan het college opgelegd. De Afdeling bevestigde daarmee het bestreden uitspraak en het besluit van 11 april 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en het beroep van Klein Piershil wordt verworpen; het besluit tot tegemoetkoming in planschade wordt bevestigd.