ECLI:NL:RVS:2025:248
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- M. Den Heyer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling na afwijzing verblijfsvergunning asiel
De minister van Asiel en Migratie heeft op 8 november 2024 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 27 december 2024 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat eveneens op 20 januari 2025 ongegrond werd verklaard.
De vreemdeling verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij niet zou worden uitgezet totdat op zijn bezwaarschrift tegen de feitelijke uitzetting was beslist. De voorzieningenrechter kwalificeerde het bezwaar als een verzoek om voorlopige voorziening en overwoog dat de aangevoerde gronden onvoldoende waren om de rechtmatigheid van de voorgenomen uitzetting ter discussie te stellen.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en bepaalde dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd gedaan op 22 januari 2025 door voorzieningenrechter M. Den Heyer in aanwezigheid van griffier K. Veen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de uitzetting van de vreemdeling wordt afgewezen.