ECLI:NL:RVS:2025:2596
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens toepassing Dublinverordening
De minister heeft op 15 augustus 2024 besloten een asielaanvraag van betrokkene niet in behandeling te nemen. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moet nemen.
De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat Nederland sinds 30 oktober 2024 verantwoordelijk is voor de asielprocedure omdat de overdrachtstermijn aan Bulgarije was verstreken. De Afdeling beantwoordde de rechtsvraag over het gebruik van standaardtekstblokken in Dublinzaken conform een eerdere uitspraak en oordeelde dat de minister ondeugdelijk had gemotiveerd waarom artikel 17 van Pro de Dublinverordening niet werd toegepast.
Echter, de Afdeling stelde vast dat de minister de door betrokkene aangevoerde slechte behandeling in Bulgarije had betrokken bij de beoordeling en daarmee in beginsel deugdelijk had gemotiveerd waarom zij haar discretionaire bevoegdheid niet gebruikte. Hierdoor was de motivering toetsbaar en was het oordeel van de rechtbank onjuist.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van betrokkene ongegrond verklaard.