ECLI:NL:RVS:2025:2611
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek overbrenging naar Nederland wegens niet voldoen aan speciale voorziening
Appellant, een Afghaanse bewaker die tussen 2007 en 2009 voor de Nederlandse militaire missie werkte, verzocht de minister van Buitenlandse Zaken om zijn overkomst naar Nederland te faciliteren. De minister wees dit verzoek af omdat appellant niet viel onder de speciale voorziening die alleen geldt voor personen die uiterlijk 11 oktober 2021 een hulpverzoek hadden ingediend of genomineerd waren door een ngo.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State. Hij stelde onder meer dat hij wel degelijk in de defensiedatabases voorkomt en dat de termijn van 11 oktober 2021 niet strikt toegepast mocht worden vanwege praktische belemmeringen en het gevaar dat hij loopt.
De Raad van State oordeelde dat de minister terecht vasthoudt aan de deadline van 11 oktober 2021 als uiterste datum voor het indienen van hulpverzoeken binnen de speciale voorziening. De Afdeling wees erop dat het beleid buitenwettelijk en begunstigend is en dat de toetsing aan het evenredigheidsbeginsel terughoudend is. Het gevaar dat appellant loopt vormt geen bijzondere omstandigheid die afwijkt van het algemene risico in Afghanistan. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister tot afwijzing van het verzoek bevestigd.