ECLI:NL:RVS:2025:2806
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
Verzoeker heeft bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke op 26 september 2024 is afgewezen. Hiertegen heeft verzoeker beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 20 mei 2025 het beroep ongegrond verklaarde. Verzoeker stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft op 23 juni 2025 overwogen dat het verzoek om een voorlopige voorziening gegrond is en heeft bepaald dat verzoeker niet wordt uitgezet totdat het hoger beroep is beslist. Tevens is de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op €907,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze uitspraak betreft een voorlopige voorziening in een bestuursrechtelijke procedure op het gebied van vreemdelingenrecht, waarbij de belangen van verzoeker worden beschermd gedurende de procedure bij de Raad van State.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.