ECLI:NL:RVS:2025:2876
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging tijdelijk beschermingsrecht Oekraïense derdelander
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 30 augustus 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van appellant, een derdelander uit Oekraïne, op 4 september 2023 eindigt op grond van Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382.
Na intrekking van dit besluit werd op 4 maart 2024 opnieuw het recht op bescherming beëindigd. Appellant stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 27 maart 2024 niet-ontvankelijk verklaarde. Appellant ging vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling, en bevestigt de eerdere uitspraken waarin het beëindigen van de tijdelijke bescherming voor Oekraïense derdelanders is toegelicht. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank blijft in stand. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van het tijdelijke beschermingsrecht wordt bevestigd.