ECLI:NL:RVS:2025:2911
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Veroordeling minister tot proceskostenvergoeding na bewaring appellant
Appellant werd bij besluit van 13 februari 2025 door de minister van Asiel en Migratie in bewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze bewaring ongegrond en wees tevens het verzoek om schadevergoeding af. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de minister niet had veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die appellant had gemaakt in verband met de behandeling van het beroep. De rechtbank had een gebrek aangenomen maar dit met toepassing van artikel 6:22 van Pro de Awb gepasseerd, terwijl de minister juist tot vergoeding van deze kosten veroordeeld had moeten worden.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde daarom het deel van het vonnis waarin de proceskosten niet werden toegewezen, bevestigde het overige oordeel van de rechtbank en veroordeelde de minister tot vergoeding van € 2.721,00 aan proceskosten. De bewaring zelf werd ambtshalve niet onrechtmatig bevonden.
Uitkomst: De minister van Asiel en Migratie wordt veroordeeld tot vergoeding van € 2.721,00 aan proceskosten van appellant.