ECLI:NL:RVS:2025:2936
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ontbreken contact met Griekse autoriteiten
Appellant diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 15 april 2022 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Partijen waren het eens dat appellant door Griekenland als vluchteling was erkend. De Afdeling verwees naar eerdere uitspraken waarin is bepaald dat de minister niet gebonden is aan de Griekse vluchtelingenstatus, maar wel verplicht is contact op te nemen met de Griekse autoriteiten om informatie uit te wisselen over de verleende status en haar eigen beoordeling.
De minister had dit contact echter niet gezocht, waardoor de procedure niet correct was gevolgd. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 15 april 2022. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit van 15 april 2022 tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.