ECLI:NL:RVS:2025:3066
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring beroep tegen niet tijdig besluit asielaanvraag
Appellant diende op 24 maart 2023 een asielaanvraag in waarop de minister niet tijdig heeft beslist. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk omdat het beroep te vroeg was ingesteld na ontvangst van de ingebrekestelling. Appellant stelde dat de ingebrekestelling eerder was ontvangen dan de rechtbank aannam.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de ingebrekestelling inderdaad op 14 augustus 2024 door de minister was ontvangen, terwijl de rechtbank ten onrechte uitging van 16 augustus 2024. Hierdoor was het beroep niet te vroeg ingesteld en had de rechtbank het beroep ontvankelijk moeten verklaren.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het niet tijdig genomen besluit, en droeg de minister op binnen vier weken na de uitspraak een besluit te nemen. Tevens werd een dwangsom van €100 per dag tot maximaal €15.000 opgelegd voor het niet naleven van deze termijn. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, de niet-ontvankelijkverklaring vernietigd en de minister opgedragen binnen vier weken een besluit te nemen onder dreiging van een dwangsom.