ECLI:NL:RVS:2025:313
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing beroep tegen gedeeltelijke verstrekking persoonsgegevens Wet politiegegevens
Appellant verzocht op grond van de Wet politiegegevens om inzage in alle hem betreffende verwerkte persoonsgegevens, waaronder proces-verbalen en mutaties in het onderzoek Krefeld en bij het Team Criminele Inlichtingen. De minister wees het verzoek aanvankelijk af, maar gaf later gedeeltelijk gehoor aan het verzoek. Appellant stelde dat er meer gegevens bij de Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst (FIOD) bekend waren dan verstrekt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellant zijn nieuwe gronden pas op de zitting naar voren bracht, wat in strijd was met de goede procesorde. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dit oordeel en oordeelt dat de verwijzing naar vakantie en detentie onvoldoende was om het late indienen van gronden te rechtvaardigen. Ook het verzoek tot aanhouding van de procedure werd terecht afgewezen.
Verder oordeelt de Afdeling dat de minister aannemelijk heeft gemaakt dat alle relevante persoonsgegevens uit het systeem Beheer van Relaties (BVR) van de FIOD zijn verstrekt en dat het onderzoek Krefeld onder politie valt, waardoor die gegevens niet onder de minister berusten. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.