ECLI:NL:RVS:2025:3131
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- H. Benek
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing zorgtoeslag voor verdragspolis vanwege Belgische socialezekerheidsstatus
Appellante, woonachtig in Nederland, ontving in 2022 een arbeidsongeschiktheidsuitkering vanuit België en viel daardoor onder de Belgische socialezekerheidswetgeving. Zij sloot in Nederland een aanvullende zorgverzekering (verdragspolis) af omdat haar Belgische verzekering niet alle Nederlandse zorgkosten dekte. De Dienst Toeslagen herzag haar zorgtoeslag voor 2022 naar nihil en vorderde het reeds betaalde voorschot van €888 terug.
De rechtbank oordeelde dat appellante geen recht heeft op zorgtoeslag omdat zij niet verplicht is in Nederland een zorgverzekering af te sluiten en dat de terugvordering terecht is. Appellante stelde dat het besluit van 4 februari 2023 niet rechtsgeldig was bekendgemaakt omdat het niet aan haar gemachtigde was gestuurd, en dat zij vanwege haar bijzondere situatie wel recht op zorgtoeslag zou moeten hebben.
De Raad van State oordeelde dat het besluit wel rechtsgeldig in werking is getreden op het moment dat de gemachtigde het via appellante ontving en dat de bezwaartermijn daardoor correct is gestart. De Afdeling verwierp het betoog dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden, omdat appellante anders verzekerd is dan in Nederland verplichte verzekerden en de wetgever bewust uitgaat van een standaardpremie. Ook wees de Afdeling het verzoek af om de terugvordering te matigen, omdat appellante geen bijzondere omstandigheden had aangedragen die dat rechtvaardigen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Dienst Toeslagen hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de zorgtoeslag bevestigd.