ECLI:NL:RVS:2025:3389
Raad van State
- Hoger beroep
- M.M. Kaajan
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen vernietiging natuurvergunning wijziging pluimvee- en varkenshouderij met mestverwerking
Het college van gedeputeerde staten van Limburg verleende op 16 juli 2020 een natuurvergunning voor de wijziging van een pluimvee- en varkenshouderij met mestverwerking. De Stichting Gezond Leefmilieu Venray en anderen stelden dat de vergunning onterecht was verleend vanwege vermeende toename van stikstofdepositie en onjuiste toepassing van de referentiesituatie.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en wees zelf de aanvraag af omdat volgens haar geen vergunning nodig zou zijn. De Stichting en anderen gingen in hoger beroep tegen deze afwijzing. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de rechtbank ten onrechte de aanvraag zelf afwees en het beoordelingskader verkeerd toepaste, met name door onterecht intern salderen toe te passen bij de vergunningplicht.
De Afdeling oordeelde dat de aangevraagde situatie niet kan worden aangemerkt als voortzetting van hetzelfde project en dat de aanvraag betrekking heeft op een nieuw project waarvoor een vergunning nodig is. Tevens werd geoordeeld dat de referentiesituatie terecht is vastgesteld en dat het rendement van het chemische luchtwassysteem voldoende is onderbouwd. De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover deze zelf de aanvraag afwees en bepaalde dat het college een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van het juiste beoordelingskader. Daarnaast werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond, de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover zij zelf de aanvraag afwees, en het college moet een nieuw besluit nemen volgens het juiste beoordelingskader.